Geef mensen een persoonlijke computer en ze gaan programmeren, creëren. Geef mensen een persoonlijke fabricagemiddel en ze gaan dingen maken. Die stelling verkondigde Neil Gershenfield van het "Centrum voor bits en atomen" (1) van het befaamde Massachussets Institute of Technomogy (MIT). De naam van het centrum dekt volledig de lading. Bits moeten omgezet worden in atomen. In computers is men nu al zo ver om beelden in drie dimensies uit te bouwen. Objecten zijn langs alle zijden te observeren. De software die men daar voor inzet wordt meestal aangeduid met de term CAD (Computer Aided Design). Dat we deze techniek goed meester zijn, valt in de bioscoop gemakkelijk te observeren. De Titanic in volle zee is een computeranimatie. En Gollum in de triologie van Tolkien is ook door de computer vorm gegeven.
De bits omzetten in atomen, in een tastbare vorm, is een volgende logische stap. Nieuw is het idee niet. Hergé liet professor Zonnebloem al met dergelijk apparaat experimenteren in 'Kuifje en het haaienmeer' en menig science fiction film heeft al een demonstratie van de techniek gegeven. Het feit dat we technologisch in de mogelijkheid verkeren om een en ander te realiseren is een nieuwgegeven. We zijn nog niet zo ver dat we thuis een printer hebben staan waarmee we snel een soepkom uitprinten omdat de rest in de vaatwasser zit. Maar in labo-omgeving draaien ze hier hun hand al niet meer voor om.
Het principe is eigenlijk eenvoudig. Het op de computer ontworpen drie dimensionele beeld wordt in de computer afgebroken tot duizenden laagjes. En die laagjes worden één voor één uitgeprint. Niet met inkt, maar bijvoorbeeld met vloeibare en snelhardende plastic of met een speciaal metaal poeder. De printer beweegt het object niet alleen vooruit en achteruit zoals een klassieke printer. De printkop kan ook de derde dimensie aan, namelijk vertikaal stijgen. En zo wordt laagje op laagje geprint en groeit het object in de printer. Even laten harden en je kan de soep uitscheppen. Hoe lang zou het duren voor een bedrijf als Philips dit idee oppikt?
De beweging FAB@HOME (2) die zich over deze technologie buigt is vooral geïnspireerd door de Open Source beweging. Dat betekent dat straks iedereen met een beetje technologisch kunnen een 3D printer kan fabriceren en lekker aan het vormgeven kan slaan. In het kielzog van de open source spreekt men ook van Open Design. Wie iets ontwerpt stelt dit ook ter beschikking van de gemeenschap. En zo kan iedere zondagingenieur zijn prototypes uitwisselen met de hele wereld. Of het ontwerp van een andere persoon verbeteren alvorens hij of zij het object naar de printer stuurt (3).
Wat is de impact van dit principe van AutoFab op de productie van de toekomst? (4) Doordat je producten print ga je niet moeten werken met productiemallen. Dat betekent dat elk voorwerp uniek kan zijn en aangepast kan worden aan de wensen van de gebruiker. Men kan ook het product permanent laten evolueren. In deze tijd van de nanoseconde evolueert technisch inzicht zo snel dat een product in de winkel bij wijze van spreken al verouderd is. Nu kan dat niet meer. Het product wordt in de winkel geprint. Je zal steeds met het meest recente model buitenwandelen.
Deze technologie biedt ook perspectieven voor niche markten. Die komen niet gemakkelijk van de grond wegens economisch moeilijk rendabel te maken. Vooreerst is er een grote besparing in de kosten voorafgaande aan de productie. Een gietvorm moet niet meer gemaakt worden. Eens het ontwerp klaar kan er geproduceerd worden. Bovendien moet men geen grote reeksen meer produceren om de stelkosten van een productielijn te rentabiliseren. Neen, als er een product is verkocht, dan maken we het ook. Wat in de boekensector reeds lang mogelijk is, printing on demand, wordt in andere toepassingen ook mogelijk. Dat impliceert dat een bedrijf ontelbare referenties in zijn catalogus kan hebben, maar geen enkele in voorraad dient te nemen. Door het grote aanbod verkoopt men elke dag wel iets. Door de productiewijze kan men ook elke dag wel iets leveren. Een perfect voorbeeld voor het 'long tail' - de lange staart - principe.
Een productprinter zou bijvoorbeeld het principe van Ikea kunnen verfijnen. We halen geen ingepakte dozen met meubels meer uit hun grote verkoopsoppervlakten. Neen, we vertrekken aan de kassa met een cd-rom en een grote pot houtpasta. Op de cd-rom staat het idee-ontwerp en dat sturen we thuis naar onze 3D printer die netjes de plankjes om in elkaar te steken print. Maar eerst hebben we nog even de opening nagemeten waar de kast moet komen. Geen gevloek meer met een paar centimeter te veel of te kort. Voor je in de computer je printopdracht geeft heb je even in het ontwerp de maten aan de locatie aangepast. Nog minder voorraad, een nog sterkere delokalisatie van de productie. Namelijk bij de consument thuis. Verder kan je niet...
En voor de kinderen onder ons, al eens overwogen hoeveel legoblokjes - én zoals jij ze wil hebben - kan maken met die ProductPrinter?
(1) Greenfield Adam, Every[ware], La révolution de l'ubimedia, FYP éditions, 2007, p. 34
(2) http://www.fabathome.org/wiki/index.php?title=Main_Page, http://www.fablab.nl/
(3) Greenfield Adam, Every[ware], La révolution de l'ubimedia, FYP éditions, 2007, p. 35
(4) Marshall Burns, The freedom to create, Technology Management, v1, #4, 1995, p157..63